Cellulose isolatie nadelen: wat u moet weten
6 minuten lezen
Wie zoekt naar cellulose isolatie nadelen wil geen reclame lezen, en terecht. Elk isolatiemateriaal heeft zwakke punten. Bij cellulose zijn dat vochtgevoeligheid, het risico op zakking als het slecht wordt ingeblazen, het feit dat u het niet zelf doet, stof tijdens de verwerking en een prijs die bij een open constructie hoger kan uitvallen dan glaswol. Wij isoleren plafonds met cellulose, dus we hebben er belang bij dat u het goed begrijpt. Hieronder staat per nadeel wat er speelt, wat er in de praktijk aan wordt gedaan en wanneer u beter een ander materiaal kunt kiezen.
Nadeel 1: cellulose is gevoelig voor vocht
Cellulose is een plantaardig materiaal. Het kan vocht opnemen en weer afgeven, en dat is meestal een voordeel: een beetje vocht wordt gebufferd in plaats van dat het ergens als condens neerslaat. Maar de grens ligt bij blijvend vocht. Een dak dat lekt, of een constructie waarin warme, vochtige binnenlucht dagelijks tegen een koud vlak aan komt, maakt elk isolatiemateriaal slechter. Bij cellulose is dat extra zichtbaar, omdat het materiaal vocht vasthoudt en als het langdurig vochtig blijft, loopt de isolatiewaarde terug.
De oplossing is geen eigenschap van het materiaal maar van het pakket eromheen. Aan de warme kant, onder de isolatie, komt een dampremmende folie. Die houdt de vochtige binnenlucht tegen. Alle naden worden afgeplakt, de plaat en het stucwerk daaronder zijn luchtdicht, en u ventileert de woning zoals het hoort. Waarom dat zo belangrijk is, leest u in het artikel over dauwpunt en dampremmende folie. Een plafond met cellulose zonder goede dampremmer is dus een slecht plan. Met een goede dampremmer en een dak dat waterdicht is, is vocht geen reden om cellulose te mijden.
Eén ding moeten we daarbij eerlijk zeggen: lekt uw dak nu, dan lost isolatie dat niet op. Het dak moet eerst dicht en droog zijn. Wij kijken daar bij de opname naar en zeggen het als we twijfelen.
Nadeel 2: zakking als het slecht wordt ingeblazen
Dit is het nadeel dat u het vaakst zult tegenkomen op fora. Cellulose bestaat uit losse vezels. Wordt het te los ingeblazen, dan kan het in de loop der tijd inklinken. Boven in de ruimte ontstaat dan een spleet zonder isolatie, en daar verdwijnt warmte. Zakking is geen verzinsel, het gebeurt bij slecht uitgevoerd werk.
Wat daar tegenover staat is de manier waarop het wordt gedaan. Zakking voorkomt u met de juiste dichtheid. Dat wil zeggen dat de machine de vezels met voldoende druk in een gesloten ruimte blaast, zodat de ruimte volledig gevuld en iets voorgespannen is. Bij een plafond is die ruimte goed te sluiten: regelwerk, dampremmende folie aan de onderkant, het dak erboven. De fabrikant geeft voor zijn product aan met welke dichtheid het moet worden verwerkt, en een vakman volgt die richtlijn. Hoe dat in zijn werk gaat, beschrijven we in het artikel over cellulose isolatie inblazen.
Het verschil tussen een open vlak, zoals een zoldervloer waar u losse vezels overheen strooit, en een gesloten compartiment is hier groot. Strooien kan niet worden gecontroleerd op dichtheid. Inblazen in een gesloten ruimte wel, omdat u aan de hoeveelheid die erin gaat kunt zien of de ruimte vol zit.
Nadeel 3: het is geen werk voor de doe-het-zelver
Cellulose inblazen vraagt een blaasmachine, het juiste slangwerk, en vooral ervaring met hoe vol een compartiment moet. Die machines zijn te huren, maar de kennis zit niet in de huurmachine. Een plafond dat u zelf laat vullen met te weinig druk, ziet er van buiten goed uit en gaat later zakken. Voor wie graag zelf klust is dat een domper. Glaswol in dekens, tussen de sporen gelegd, is wel iets wat veel mensen zelf kunnen. Meer over die afweging staat in zelf een dak isoleren of laten doen.
Nadeel 4: stof tijdens de verwerking
Bij het inblazen komt fijn papierstof vrij, vooral waar een ruimte niet goed is afgesloten. Dat is hinderlijk, en wie gevoelig is voor stof merkt dat. In de praktijk beperken we het door te werken in een gesloten vlak: de ruimte onder het dak is afgeplakt voordat de machine start, de woning eronder wordt afgedekt en de monteurs dragen een stofmasker. Na het inblazen zit de cellulose achter de folie en de plaat, en komt het niet meer vrij in de kamer. Het stof is dus een kwestie van de dag van uitvoeren, geen blijvend gegeven. Wat u moet voorbereiden, staat in plafond isoleren: wat komt erbij kijken.
Nadeel 5: meer dikte dan PIR voor dezelfde Rd
Cellulose heeft een λD van 0,038 W/mK. Dat is gewoon, maar PIR isoleert per centimeter beter. Wilt u een hoge isolatiewaarde in een zeer lage ruimte, dan kost cellulose u meer plafondhoogte. In een kamer waar elke centimeter telt kan dat de doorslag geven. Hoeveel dikte bij welke waarde hoort, ziet u in hoeveel cm isolatie in uw plafond.
Nadeel 6: de prijs ten opzichte van glaswol
Wie zelf glaswol tussen de sporen legt, is in materiaalkosten meestal goedkoper uit dan met cellulose door een bedrijf. Dat is eerlijk gezegd een verschil tussen doe-het-zelf en uitbesteden, niet tussen twee materialen. Wordt glaswol door een aannemer verwerkt, dan is het prijsverschil met cellulose vaak kleiner dan men denkt, en hangt het af van de situatie. Bij een bestaand plafond met veel kieren moet glaswol passend worden gesneden en afgeplakt, en dat is werk dat ook geld kost.
Onze prijs is een vaste prijs per m²: € 95 excl. btw, all-in. Daar zit de isolatie in, het regelwerk, de folie, de plaat, het luchtdichte stucwerk en het schilderwerk. U vergelijkt dus een volledig afgewerkt plafond, niet alleen een materiaal. Op de pagina kosten staat wat er precies in zit.
Wat er tegenover staat
Waarom kiezen we er dan toch voor? Omdat de zwakke punten hierboven grotendeels te beheersen zijn, en de sterke punten bij een plafond zwaar wegen.
- Naadloos. Ingeblazen cellulose vult de ruimte rond balken, leidingen en hoeken. Er zijn geen naden tussen platen of dekens die als koudebrug werken.
- Zomercomfort. Cellulose is zwaarder dan glaswol en vertraagt de warmte van een zonnig dak. Zie bovenste verdieping te warm in de zomer.
- Biobased. De grondstof is gerecycled papier. Dat telt mee voor de biobased-toeslag bij de ISDE, zie biobased isoleren.
- Droog verwerkt. Er komt geen water, schuim of lijm aan te pas, en na het inblazen is het pakket meteen klaar voor de plaat.
- Snel. Meestal is de isolatie in één tot twee dagen per woning aangebracht, inclusief afwerking.
Wanneer cellulose niet de beste keuze is
Er zijn situaties waarin wij u iets anders aanraden. Heeft u extreem weinig ruimte en een hoge Rd nodig, dan past PIR beter. Is er geen gesloten ruimte te maken, bijvoorbeeld in een open dakconstructie die u zelf afwerkt, dan is een deken glaswol praktischer. En heeft uw dak een lekkage of een ernstig vochtprobleem, dan komt isoleren pas aan de orde als dat is opgelost. Een vergelijking van de drie materialen vindt u in cellulose, glaswol of PIR vergeleken, en de pagina cellulose-isolatie legt uit wat het materiaal precies is.
Twijfelt u over uw eigen plafond? Stuur ons foto's en de oppervlakte via de aanvraag. Dan zeggen we eerlijk of cellulose bij u past, en wat het kost.