Naar de inhoud
IsoPlafond

Houtvezelisolatie: plaat, deken of inblaas

6 minuten lezen

Houtvezelisolatie is gemaakt van het hout dat bij zagerijen overblijft: zaagsel, schaafsel en restanten worden gerafeld tot vezels en daarna tot platen, dekens of losse inblaasvezel verwerkt. Het is een biobased isolatiemateriaal dat al tientallen jaren in daken en gevels wordt gebruikt, vooral in houtskeletbouw. Hieronder leest u in welke vormen het bestaat, waar het sterk in is, wat de nadelen zijn en waar het in een plafond wel of minder goed past.

Drie vormen: plaat, deken en inblaasvezel

  • Houtvezelplaat. Stevige, dichte platen in diktes van een paar centimeter tot ruim twintig. Ze worden gebruikt op een dak, als onderlaag voor een stucgevel aan de buitenkant en als stijve laag in een houtskelet. Een houtvezelplaat isolatie draagt ook een deel van de belasting, en een dikke plaat kan dienen als ondergrond voor pleisterwerk.
  • Flexibele dekens. Lichter en zachter, zodat ze tussen sporen, stijlen of balken geklemd kunnen worden. Ze zijn vergelijkbaar in gebruik met dekens van glaswol, maar zwaarder en minder veerkrachtig.
  • Inblaasvezel. Losse houtvezels die, net als cellulose, met een machine in een gesloten vak worden geblazen tot ze vast staan.

Isolatiewaarde en gewicht

De lambda van houtvezel ligt grofweg tussen 0,038 en 0,045 W/mK, afhankelijk van de dichtheid en de vorm. Dat is vergelijkbaar met cellulose en glaswol en duidelijk hoger dan PIR. Voor dezelfde isolatiewaarde heeft u dus een dikkere laag nodig dan bij PIR. Hoe u een lambda omrekent naar een Rd-waarde, staat in Rc-waarde en Rd-waarde uitgelegd.

Waar houtvezel zich onderscheidt, is het gewicht. Platen zijn zwaar voor een isolatiemateriaal. Die massa vertraagt de warmte die op een zomerdag door het dak trekt: het duurt langer voor de hitte binnen is, en dan is de buitenlucht vaak al afgekoeld. Dat effect heet faseverschuiving, en het is de reden dat houtvezel populair is onder daken van zolderkamers. Meer over dat effect leest u in bovenste verdieping te warm in de zomer.

Vocht

Houtvezel kan vocht opnemen en weer afgeven zonder dat de isolatie direct minder goed werkt. In een dampopen opbouw helpt dat om kleine hoeveelheden vocht te bufferen. Het betekent niet dat het nat mag worden: langdurig nat hout gaat schimmelen of rotten, ook als het tot isolatie verwerkt is. Een goede opbouw met een dampremmende of vochtregulerende laag aan de warme kant blijft nodig. De achtergrond staat in dauwpunt en dampremmende folie.

Waar houtvezel goed past

  • Op een schuin dak, bij een nieuwe dakbedekking, als doorlopende laag over de sporen.
  • Aan de buitenkant van een gevel, als ondergrond voor stucwerk.
  • In houtskeletbouw, in wanden en daken, als plaat of deken.
  • Op een zolder die u als slaap- of werkkamer gebruikt, waar zomercomfort zwaar weegt.

Waar het minder goed past: een plafond met weinig hoogte

In een bestaand plafond is houtvezel minder voor de hand liggend. Platen tegen een plafond kosten hoogte, en omdat de lambda hoger is dan die van PIR, is de laag voor dezelfde isolatiewaarde dikker. In een kamer van 2,40 meter kan dat het verschil maken tussen een prettige en een bedrukte ruimte. Platen moeten bovendien precies passend gezaagd worden rond balken en leidingen, en elke naad vraagt aandacht om luchtdicht te blijven.

Is er boven het plafond een gesloten holte, dan is inblazen eenvoudiger: dan komt er niets onder het plafond bij. Met houtvezel kan dat in principe ook, maar in de praktijk is cellulose de gangbare inblaasvezel voor een bestaand plafond. Hoe dat gaat, leest u op plafond isoleren door inblazen. Is er weinig hoogte en geen holte, dan kijkt u naar het dunste pakket: PIR, zie PIR-platen tegen het plafond.

Houtvezel naast cellulose

Houtvezel en cellulose lijken veel op elkaar: beide zijn biobased, beide hebben een vergelijkbare lambda en beide helpen in de zomer door hun gewicht. Het verschil zit in de vorm. Houtvezel is op zijn sterkst als plaat, op een dak of een gevel. Cellulose is op zijn sterkst als losse vezel in een gesloten ruimte, waar het elke hoek vult. In een bestaand plafond met een holte kiezen wij daarom voor cellulose. Wat het materiaal is, staat op cellulose-isolatie, en een bredere vergelijking van natuurlijke materialen in biobased isolatiemateriaal vergeleken.

Zoekt u een lichtere deken van natuurlijk materiaal, kijk dan naar vlas isolatie of schapenwol isolatie. Een stevige plaat van een andere natuurlijke grondstof is kurk isolatie.

ISDE en biobased

Voor biobased isolatie geeft de ISDE een toeslag bovenop het gewone bedrag per m². Bij een plafond onder het dak is dat € 5 per m² extra, naast € 16,25 per m² voor de isolatie zelf bij één maatregel. Welke producten als biobased meetellen, beslist RVO; het staat bij de meldcode van het product. Onder een koude zolder of boven een kelder gelden andere bedragen. De bedragen per plek vindt u op subsidie.

Samengevat

Houtvezelisolatie is een stevig, zwaar en biobased materiaal dat uitblinkt op daken en gevels en in houtskeletbouw, vooral als zomercomfort telt. In een bestaand plafond met weinig hoogte is het minder geschikt: platen kosten ruimte, en in een gesloten holte is cellulose de praktische keuze. Twijfelt u wat bij uw plafond past, kijk dan op biobased plafondisolatie met cellulose of vraag het ons via de aanvraag.

Lees ook

Wat kost uw plafond?

Bereken uw prijs in een paar stappen en bestel meteen, met uw voorkeursdata erbij. Foto's en details zet u daarna in uw eigen portaal.